– Nog goede voornemens?
– Stoppen met schrijven.
– Wow. Heftig! Schrijf jij al lang?
– Zolang als ik me kan herinneren. Op de middelbare school stiekem, achter de fietsenstalling op het schoolplein. En in mijn studententijd schreef iedereen. Veel gelegenheidsschrijvers, de meesten stopten erna. Ik niet.
– Heb je wel ooit een poging gedaan?
– Proberen te stoppen met schrijven is als proberen iets vast te pakken. Dat doe je of dat doe je niet. Ik heb vele pogingen gedaan. Stopte dan een week, en dacht dan, ach, eentje. En dat eerste woord was eigenlijk gewoon yugh, het tweede ook nog niet top, maar zo na de derde zin vond ik het toch wel weer erg lekker. En dan was ik al weer verkocht.
– Waarom dan nu wel stoppen?
– Nou, dit jaar zit hulp bij stoppen in het ziektepakket, niet onaantrekkelijk. En ik moet eerlijk zijn, ik denk dat ik blij word van schrijven, ik grijp naar het toetsenbord als ik onrustig ben, maar eigenlijk diep in mijn hart weet ik dat ik juist stress krijg van het schrijven. Bovendien, het is zwaar ongezond. The printed word may kill you, zei Morrisey niet voor niets.
– Ga je gebruik maken van hulp? Pleisters of zo?
– Ik heb gekeken, er bestaat zoiets als de AA, net als met alcohol. De Anonieme Aspirantschrijvers. Misschien dat ik een daar eens na toe ga. Eens verslaafd altijd verslaafd. Dat geldt ook voor schrijven.
– En wanneer stop je? Is dit je laatste?
– Ik denk dat ik dit pakje met ideeën nog opschrijf. Dat ik daarna stop.
– Loser. Als je wilt stoppen moet je het hier en nu doen.
– Oké, maar dan mag ik nog een laatste woord. Een lang woord. Om extra van te genieten:
gezondtweeduizendenelf!

– Dat waren er twee. Plus een uitroepteken.
– Kniesoor. Help me liever met afkicken, dan kritisch doen. Het wordt nog zwaar genoeg. Enne, moet ik dat pakje echt weggooien? Zonde. Het zit nog bijna vol…