Recent had ik het genoegen om zeventien snoekbaarzen onder handen te nemen. Ze waren al teruggebracht tot keurige lapjes visfilet, maar nog niet panklaar. Ik legde de eerste op zijn buik, zette mijn koksmes in een hoek van 90 graden op zijn velletje, maakte een incisie en trok vervolgens met onhandige snijbewegingen het vel van zijn rug. Sommige hobby’s ben je nu eenmaal beter in dan andere. Vervolgens greep ik naar het speciale kokspincet om alle eventuele onvolmaaktheden aan deze baars efficiënt te kunnen verwijderen.

Overigens is de keuken wel een van die plekken waar je met taal is zeg maar echt mijn ding (een aanrader pretletterboek) nog bedrogen kunt uit komen. Mijn woordenschat is niet klein, dat durf ik te stellen, maar zelden heb ik zo vaak gezocht naar mijn mobiele vertaalcomputer. Het begon met afmonteren (hoewel je dat in het kookproces pas op het laatst doet), vervolgens werd ik overvallen door decanteren en glaceren.
Mijn hoofdpersoon Jenny zou haar tanden er graag in willen zetten. Gerecht van een glanslaag voorzien, afgieten van een vloeistof en er een klont boter bij doen. In omgekeerde volgorde alle –eren vertaald. Zeg nou gewoon wat je bedoelt.

Hoe het ook zij, ik nam de vis eens goed onder handen. Bevoelde hem stevig en viste er nog met gemak een graat of twintig uit. Keer zeventien was ik dik twee uur later klaar om de beestjes 5 minuten te laten stomen. Gedrapeerd in gegrilde aubergine plakjes, die weer in de kerrie gedraaid waren, die weer handgekleurd was (wie zei dat koken niets voorstelt), zaten we rond elf uur aan een lekker stukje vis. Al zeg ik het zelf.

Met taal is echt mijn ding zijn de meeste stukjes overigens uit den Boze. Stukjes vis mogen, stukjes tekst ook. Ook al voelen zelfs die door veelvuldig misbruik vies. Stukjes emotie en stukjes gevoelens zijn gruwel. Op ‘stukjes gebeuren’ zou in goed Mormoonse traditie een fikse celstraf mogen staan.

Zeer recent was mijn tekst onderwerp van de close reading sessie in mijn cursus. Mijn eerste zes pagina’s werden op hun buik gelegd, het mes ging erin. Verschillende regels werden kordaat doorgestreept en individuele woorden werden er nauwkeurig uitgevist en afgewezen. Na anderhalf uur, toen de tekst helemaal bevoeld was, er geen woord meer onnodig instond, alle verwijzingen klopten, er geen betere beginzin denkbaar was en de zes pagina’s gereduceerd waren tot vier, schraapte ik mijn keel en droeg ik hem in mijn hoofd voor. En al zeg ik het zelf, een lekker leesbaar …