Met enige regelmaat verzuchten we.

Dat de kinderen alles maar gewoon vinden, zo weinig expliciet genieten of dankbaar zijn voor vakanties. Geen wensen hebben voor hun verjaardag. En maar niet snappen hoe de wereld aan hun jonge voeten ligt. Alles kan nog. Alles. 

Ik ben een week op vakantie in het dorp van mijn jeugd. Waar ik elke winter ging skiën. Skiën, mijn hobby. En elke zomer moest wandelen. Wandelen, niet mijn hobby. Het is inmiddels een anekdote: bij het bergbeklimmen sjouwde ik met mijn kleine beentjes achter de grote kinderen en volwassenen aan. En bij elke bocht beloofde mijn vader mij een ijsje. Ik geloofde hem. Ik heb een rijke fantasie, maar oprecht denken dat er een ijsco kar op 2500 meter hoogte op een richel staat is ware idiotie. 

Mijn ouders hebben het lang moeten horen. Hoe vreselijk de vakanties waren, hoe onrechtvaardig ik de afwezigheid van een zwembad vond. Hoezeer ze niet rekening hielden met mij en mijn wensen. Hoe belachelijk het bergbeklimmen en wandelen was. 

Ik ben een week op vakantie in het dorp van mijn jeugd, samen met mijn ouders. Ik doe de dingen die mijn ouders toen deden. Met mijn geliefde beklim ik de Alpen, en sta, vrijwillig, 40 jaar later op de top van de berg. Een stevige klim in de benen. Ik vind het heerlijk. Overweldigend. Geniet van elke seconde. Kijk om me heen en constateer hoe prachtig de natuur is. Hoe rustgevend. Stil. Ik bewonder op een groene weide een kudde koeien en ben er heilig van overtuigd dat bij de volgende bocht de Milka koe een stuk chocolade uit schijt. Er is geen pad, ik moet me aan stenen vasthouden, ben volledig geconcentreerd en denk daardoor even aan niets anders dan mijn ene voet voor de andere zetten. Ik voer gesprekken die niet of juist wel over werk gaan. In beide gevallen bewust. De natuur is eeuwigdurend. De bomen en bergen die er 100 jaar geleden ook al stonden, zullen er nog steeds staan als ik er niet meer ben.

Ouderschap is een kwestie van geduld. Want nu, ruim 40 jaar sinds mijn kleine beentjes mij richting bergtop sjouwden, besef ik wat het voor mijn ouders geweest moet zijn. Die zomer vakanties. Rust, beweging, pracht, en onveranderlijk geluk. Een biertje als je klaar bent. Je hoofd even leeg. 

Het is een voorrecht om hier samen met hen te zijn. Herinneringen op te halen én bij te stellen. Te praten over wat was, is en wellicht nog komen gaat. Over 20 jaar zullen we met de kinderen van mijn geliefde hopelijk ook zo’n punt bereiken. Waarbij ze snappen waar de keuzes van toen vandaan kwamen. Ze waarderen voor wat ze zijn en wat deze hen dan, in hun eigen volwassen leven, aan inzicht brengen. Hopelijk delen ze die dan met ons, aan de voet van de berg, onder het genot van een drankje. Ik vertrouw er maar op dat het zo hoort te gaan. Zoals Kierkegaard al zei:

Het leven dient voorwaarts geleefd te worden, maar kan alleen achterwaarts begrepen worden. 

Søren Kierkegaard 1813-1855

Deense filosoof