Leven in het land van laaf. In de wondere laaf wereld van die wonderlijke Efteling rijdt een slak je in dito tempo door een laafjes dorp. Drie meter boven de grond. Er beweegt niets, er gebeurt geen donder, je hoort geen geluid, behalve het af en toe kraken van het karretje. Het is het type attractie waar nooit een rij staat en waar kinderen van twee al over piepen dat het saaisaaisaai is. Maar het is er hoog boven in de lucht vooral vredig. Een wereld in een wereld waar je weg kunt dromen in je eigen fantasie, waar de mening van de ander niet bestaat en niet gehoord wordt. Totdat je met een knars in je slakkenkar bij de op- en afstap plek aan komt en iemand je begint uit te lachen omdat je alleen, zonder kinderen, in een karretje zat. Dan ben je dubbel sneu.

De eerste fase in het schrijfproces is vergelijkbaar met die wondere wereld. De schrijver laaft zich aan zijn eigen hersenspinsels, vindt ze allemaal even geweldig gevonden, ervaart dat het verhaal briljant in elkaar zit en concludeert dat het niets anders kan zijn dan een bestseller. Weet de schrijver veel dat een rups ook uitermate lelijk is zolang hij niet uit zijn cocon kruipt?

En natuurlijk, die eerste fase is ook hard nodig. Want stel je voor dat er vanaf dag 1 iemand over je schouder zou meekijken en zou vragen: waarom staat hier dit? Waarom daar dat? Of zou zeggen: Ik vind dit stukje maar niks, en wat is dat voor een raar woord? Dan werd het niks. Schrijvers leren deze drang tot hypercorrectie ook bij zichzelf aan, of af. Rechts creëert, links corrigeert. Het is maar welke hersenhelft het bij je voor het zeggen heeft.

Maar nu, na zes weken, de eerste versie nog in wording, begint langzamerhand de cocon open te scheuren. Het is nog volstrekt onduidelijk of we te maken hebben met een kleurrijke vlinder of een grauwe mot. De buitenwereld gaat zich mengen. De eerste kritische tegenlezers hebben zich op mijn verzoek aangekondigd, en zelf heb ik mijn hoofd op het hakblok gelegd door me aan te melden voor een stevige cursus. Opdracht 1: Vertel in één woord waar je boek over gaat. Net zo misleidend eenvoudig als het beroemde kindergrapje ‘Hoelang is een Chinees?’ ‘Hoedan’ mag z’n Chinese broertje zijn, maar is niet bepaald een intelligent antwoord. Maar hoe vertel je in een woord waar je boek over gaat?

Ik piekerde en wrong mijn hersenen uit. Een woord? Toen ik mijn weblog opende om nieuwe reacties te lezen (altijd leuk!) zag ik hoe eenvoudig de vraag werkelijk was. Ik had hem anderhalve maand geleden al beantwoord bij het starten van mijn blog. Daar stond het onder ‘Over mij’. Onderwerp: Mormonen. Natuurlijk! Dat is het, wat een inkopper. Mijn boek gaat over Geloof. In jezelf, in de ander, in de Hemelse vader, het hiernamaals. Te veel of te weinig ervan. En alles wat het met je doet. Ik heb mezelf meteen een rondje Laaf cadeau gedaan.