in contact
Het zijn effecten die ik pas recent ontdekte.

Een paar weken geleden ‘vierden’ velen van ons dat we al een jaar thuiswerken. Al een jaar nauwelijks tot geen live contact met collega’s, vooral functionele vergaderingen en geen ruimte voor management by walking around. Met iemand in mijn naaste omgeving met een kwetsbare gezondheid ben ik bovendien uberbraaf geweest het afgelopen jaar. Nauwelijks een mens gezien. Maar ook bij mij kriebelt het voorjaar. Later dan de meeste ben ik nu een paar keer burgerlijk ongehoorzaam geweest. Hardnekkig onderweg de borden: ‘Blijf thuis! Samen tegen Corona’ negerend.

Ik ben nooit een beller geweest. En meer het type etentje dan kroeg. Echt lang dineren op anderhalve meter afstand en voor de avondklok thuis werkt niet lekker. Dus beperkte ik mijn afspraakjes tot even bij mensen langs, voor een borreltje of een kopje koffie. Heul Hollands. En hemel, het lijkt wel alsof ik het opnieuw moet leren. Echt in contact zijn. Hoe werkt een gesprek waar mensen door elkaar heen praten en geen handjes opsteken? Hoe voorkom je dat je- geheel in lijn met de parlementaire trend- in grootse uithalen gaat praten om vooral je punt duidelijk te maken? En vooral, hoe daal je met elkaar af naar waar het echt over zou moeten gaan?

Ik leerde eens ‘zonder contact geen contract’. Met andere woorden, je kunt alleen in contact met de ander afspraken maken. Afspraken die gemaakt worden zonder dat je met de ander in contact bent zijn waardeloos, want die zijn eenzijdig opgesteld. Afspraken maak je samen, over wat je van elkaar verwacht, wat de een de ander levert, hoe je met elkaar omgaat. Pre-corona hadden we denk ik ongeschreven contracten met elkaar. Wisten we, in contact, hoe je gesprekken voert, hoe je elkaar bejegent. En als het even spannend werd of schuurde, dan hielp fysiek contact het lijntje heel te houden. Een hand om te schudden, een schouder om op getroost te worden of een knuffel om te delen.

In de lockdown hebben we regels genoeg, maar niet hoe we met elkaar omgaan, zonder- zo blijkt voor mij broodnodige- aanrakingen. Het is moeilijker aftasten waar de ander staat. Allereerst is daar de coronaolifant in de kamer. Op een schaal van 0 tot 100 heb je te onderzoeken of je gesprekspartner meer richting wappie of juist in de heftige handhaafhoek zit. En ook op alle andere actuele thema’s is het extra zoeken. Eenmaal de route “wij zijn het niet eens” ingeslagen, kom je met alleen maar woorden niet meer gemakkelijk bij elkaar.

In potentie is een crisis een geweldig moment om de ander echt te leren kennen, om echt in gesprek te komen. Wat doet het met je, waar zit pijn, frustratie, behoefte of nieuw ontdekte mogelijkheden. Maar durven we het aan te gaan, of vrezen we de ander ergens op anderhalve meter te verliezen. Samen hard lachen of juist huilen voelt onnatuurlijk op een armslengte afstand. En laat het helder zijn, ik heb echt niet de behoefte om continu mensen aan te raken. Maar het feit dat het niet mag, vergroot de kans dat ik met de fysieke- ook een emotionele afstand voel. Om het scherp te stellen: ‘zonder aanraking geen aansluiting’.

Live contact op afstand. Ik gedij er niet goed bij. Misschien toch nog maar even die winterdeken over mijn hoofd, elke nacht een schietgebedje voor een spoedige vaccinatie en pas weer boven komen als ik je gewoon weer mag aanraken. Afgesproken?

Have a heart that never hardens, and a temper that never tires and a touch that never hurts

Charles Dickens 1812-1870

Schrijver