Wanneer je niet in de ochtendfile geacht wordt op je werk te zijn en ook de terugtocht in de avond (die in Nederland op vrijdag al om 2 uur invalt) mag vermijden, kom je er achter wat je oorspronkelijke ritme is. Dat ritme dat je gevolgd zou hebben als je een oermens was geweest. Eten wanneer jij zin hebt, slapen wanneer de slaap zich aandient, productief zijn wanneer je lichaam schreeuwt: ik heb energie, let’s do something. Na vier weken ken ik haar. Mijn prehistorische evenknie.
Kun je met alleen maar talent (doet u me nog maar een onsje extra) tot een boek komen? De meningen verschillen. Ik geloof dat een dosis disciplinaire ambacht niet kan ontbreken. Zitten en schrijven. Bij voorkeur op dat tijdstip dat jouw bioritme springend en vol dextro voor je staat. Voor veel schrijvers komt dat heel gelegen tussen negen uur ’s avonds en twee uur ’s nachts, en altijd vergezeld van veel (al dan niet goede) wijn of andere drank. Ik blijk niet zo gelukkig. Mijn voorkeurstijdstip blijkt tussen 3 en 8 uur te liggen. ’s Ochtends!

Ik heb verschillende aanvliegroutes geprobeerd om veilig op dat tijdstip te landen. Opblijven tot 3 uur en dan als een gek gaan schrijven, leverde niet meer dan een aaaaaaaaaaiiiiii op. Mijn linkerslaap lag vredig op de A terwijl mijn rechterelleboog was weg gesukkeld op de I. Mijn natuurlijke ritme vertelt me namelijk ook dat 21.00 uur mijn voorkeurstijd is om naar bed te gaan.
Om 3 uur in de nacht opstaan en aan de slag gaan is ook wat ongemakkelijk. De jingle van mijn computer start nogal luid op en zij die de volgende dag wel die ochtendfile moeten halen worden minder vrolijk van dat onthaal dan ik.
De optie die ik inmiddels uitvoer werkt uitstekend. Rond drie uur in de nacht word ik wakker. Starend naar het plafond en luisterend naar passerende nachttreinen bedenk ik de volgende scène voor mijn verhaal. Aangezien het verhaal al maanden als een jengelend kind in mijn hoofd zit, is het blij met elke gelegenheid die het krijgt om naar buiten te gaan. Dus die scène ontstaat. Toch nog wat suffig heb ik de kans dat ik dan weer wegdommel. De tweede scène droom ik erachter aan. Daar schrik ik dan weer van wakker, vergeet het plot van het verhaal, probeer de gedachte ervoor op te halen, sprint uiteindelijk strak van de stress om half vijf mijn bed uit, spring achter de computer, helaas pindakaas voor de werkenden, en rammel dat wat er nog in zit achter elkaar in mijn computer. Dan kruip ik er weer terug in en val in een droomloze slaap.

Om half zeven begint de echte dag. Ik ben geen oermens en ik kan ook niet om negen uur naar bed. Ik zwaai mijn oerknie uit, lach mijn nachtelijk gespinsel toe, druk op delete en knal nog anderhalf uur achter mijn laptop op mijn bio power energie. De rest van tijd zit ik op discipline en ambacht. Tot dat mijn maag begint te knorren, het slaapzand in mijn ogen verschijnt en ik weer even toegeef aan het oerritme. Zolang het nog kan.