Geef mij een moord in de bossen. En ik los ‘m op.

Netflix staat er vol mee. Detectives, thrillers (het maakt inmiddels niet meer uit op welke categorie je zoekt) waarin iemand wordt vermoord in een bos. Een Frans bos (La foret), een Luxemburgs bos (Capitani), een Brits bos (The Five) en zelfs in een Pools bos (W glebi lasu). Na ruim een jaar bingen kan ik uittekenen hoe het verhaal loopt. Om het spannend te houden worden we als lezer heen en weer geslingerd tussen flashbacks en het nu (hondsvermoeiend), er zitten altijd wat net te onverwachte plotwendingen in (jammer) , een dode die je niet gehoopt had (dat ene sympathieke karakter) en ze duren altijd een aflevering of twee te lang (suf).

Gehandicapt door het feit dat wat ik begin, ik ook moet afkijken- geen feest wanneer opeens blijkt dat alle nieuwe Netflix series geen verhalen maar documentaires geworden zijn- zit ik dus door. En bezorg ik mijn ogen maximale doorligplekken. En eenmaal er doorheen liggend, is er geen remedie. Zelfs in mijn slaap bing ik door.

Ik SOS pulp. Vroeger zou ik het als guilty pleasure betiteld hebben. Er alleen besmuikt over spreken, en louter als ernaar gevraagd wordt. Maar na 15 maanden me, myself en Netflix ben ik de schaamte voorbij. Dus om mijn ogen en brein wat afleiding te bezorgen kijk ik tenenkrommende, tranentrekkende, analoge trut TV. Help mijn man is klusser, Chateau Meiland, De Bauers, De druiventros d’r op of d’r onder. You name them, ik kijk ze. En eerlijk is eerlijk, ik vind het heerlijke TV. Omdat het altijd emotie oproept. Zo kan ik gruwelen van de geveinsde empathie van de kluspresentator, me verwonderen over de gesprekken van de Meilandjes, oprecht proberen de dynamiek van de familie Mutsaerts te snappen en hardop te lachen om Frans Bauer. En brengt het me daadwerkelijk even wat verlichting.

Maar begrijp me goed. De verlichting is van hele tijdelijke aard. Alsof je even verlegd wordt in het ziekenhuisbed, maar snel daarna duwt de doorligplek als tevoren. Want voor een langdurig effect zijn andere middelen nodig. Immers, er gaat niets boven de emotie van een avondje cabaret in een theater. Waarbij je zo hard moet lachen dat je bijna van het theaterbalkon dondert. Of de spanning van een dikke film waar het geluid van alle kanten komt. Of de verstilde vertelling die pijn doet aan je ogen. Het zet je aan het denken, inspireert, geeft energie.

Het schijnt dat we niets meer te willen hebben, nu we weer mogen shoppen. Het is toch de horror. Ik hoop van harte dat we post corona levend onze weg terug vinden uit het bos.

All the world’s a stage,

And all the men and women merely players;

They have their exits and their entrances,

And one man in his time plays many parts.

William Shakespeare, 1564-1616

Britse toneelschrijver