Is je boek af? De eerste tien keer dat me de vraag post-sabbatical gesteld werd, was mijn antwoord omstandig. Begon te praten over de ondoorzichtigheid van de beslislijnen van uitgeverijen. Over de 1 miljoen (!) aspirant debutanten in dit land en kleine kansen. Vertelde wijs dat het woord ‘af’ niet juist gekozen is. Pas als er een drukproef ligt, is het af.
Ik zou beter moeten weten. Op de vraag ‘hoe gaat het met je?’ zeggen we ‘goed’ in dit land. Omstandigere antwoorden zijn niet aan de orde.
Dus, is mijn boek af? Ja.

Ik heb 77 pagina’s geofferd in de kerstverbouwing. Uit die 77 de 20 beste scènes geplukt om die een tweede kans te gunnen op een andere pagina. Waar ik begon op nul, steeg naar 228, ben ik geëindigd op 164. Pagina’s A-4. De internetfora met als thema: “reken je boekbladzijden uit” tieren welig. Om de alfa tegemoet te komen is de wiskunde beperkt tot x 1,5. Reken maar uit.

Na ‘ja, het is af’ komt de vraag: ‘wanneer wordt het uitgegeven?’ Om te voorkomen dat ik weer in dezelfde valkuil der omstandigheid trap, heb ik ook daar een quick and dirty antwoord op: ‘ik heb nog geen uitgever’. Dan verslapt de aandacht snel. Ik prevel nog gauw ‘Dus als ik het in eigen beheer ga uitgeven moet je het wel bestellen!’, maar de collega voor mij in de lunchrij heeft zijn aandacht al verlegd naar zijn chipsaldo. Terwijl ik hem hard nodig ga hebben. Om best te kunnen sellen moet je wel bestellers hebben. Het zal toch niet zo zijn dat mijn verhaal nog voor publicatie in de vergetelheid raakt! Ik zie hoe ik in staat ben om in blinde paniek mijn lunchplateau om te gooien en mijn collega achterna te struikelen. De elevator pitch vergetend, de salestechnieken verleerd, me aan hem vast te klampen en mormonen, moord, thriller, spannend, lezen, niet vergeten, ISBN nummer, weblog, volg me, volg me, volg me, te brabbelen.

Ik stel me voor hoe ik vijftien minuten later zwetend door de Bedrijfshulpverlener afgevoerd wordt. ‘Het is zeker nog even wennen hè, dat werkritme’, zal hij me verzoenend toe spreken. Ik kan niets anders dan knikken. Ik kan er maar slecht aan wennen dat ik mijn verhaal ‘af’ heb verklaard. Het heb verzonden. Na de woorden nog eens te hebben toegesproken om te verleiden, te boeien, te binden. Om de ogen van de lezer te grijpen en vast te houden. Hem uit zijn slaap te houden en hem ervan te laten dromen. Zodat hij je niet weglegt. Het wordt nu beoordeeld. En daarmee ben ik out of control.

Ik hoor de dame van de catering zeggen dat ik 1,84 euro moet chippen voor mijn lunch. Ik toets op ‘ja’ en wens de collega voor mij in de rij smakelijk eten. Mijn ongecontroleerde impuls weer bedwongen. Phew. Wat 164 pagina’s en de verzendknop al niet kunnen doen met een mens.