Hoezeer ik ook roep, naar anderen en mijzelf, dat de wereld niet vergaat, noch opnieuw opstart na een vakantie, toch gedraag ik me wel zo. En stoor me aan mijn eigen gedrag. Met nog slechts een week te gaan (slik) heb ik een onbedwingbare neiging tot “clean slate”. De inkomende e-mails moeten zijn teruggebracht tot onder de dertig, mijn verzonden e-mails moeten zijn opgeschoond, alleen die waar ik nog actie op verwacht moeten bewaard blijven, mijn deleted items deleted. Mijn to do lijst moet leeg zijn, openstaande issues en problemen opgelost. Alle (moeilijke) gesprekken moeten zijn gevoerd, alle planningen en plannen van aanpak gereed om na de vakantie weer op te pakken. Al moe na het lezen? Ik ook.

En ik kan blijven roepen dat het onzin is, toch zie ik er ook iets heilzaams in. Want het is goed om af en toe de boel op te ruimen. Fysiek en mentaal. Oude spullen weg te gooien. Zelfs, zoals ik laatst iemand hoorde zeggen, besluiten dat je die oude foto’s niet meer in een plakboek gaat stoppen, is opruimen. Mentaal opruimen. Want ook al waren die foto’s niet top of mind, lag die doos waarin ze al jaren bewaard werden niet in de weg, toch stond het op een emotionele to do lijst. Net als een ongebruikte oplader aan een stopcontact, kost het energie. Minimaal, maar hou je het maanden vol, dan is er een stevig lek ontstaan.

Dus doe ik komende week wat ik altijd voor vakantie doe. Buffelen. Pompen. Leegte creëren. Zodat ik op vakantie weer kan vullen. Nieuwe ideeën en plannen, herbezinningsgedachten en filosofietjes. Nieuwe ervaringen kan opdoen.

Komende week doe ik wat ik altijd voor een vakantie doe. Alleen doe ik het dit jaar met een overtuigde glimlach.