In de regel, de door het jaar heen voetbal regel, heb ik niet zo veel met topsporters. Veel van de voetballers van Nederland zijn in mijn ogen vergelijkbaar met de Reality soap BN-ers: vaak nog niets noemenswaardigs gepresenteerd maar wel al beroemd of filthy rich. Met bijbehorende diva status. Bij belabberd spel denk ik al gauw: zo veel verdienen en zo slecht presteren? Daar moet je bij een normale baan niet mee aan komen…

De Olympische Spelen vormen wel de uitzondering op de regel. Omdat het vaak sporten zijn die niet zo in het nieuws zijn, waar de prestatie nog telt, meer dan het geld. Van goud schijn je niet rijk te worden.
Natuurlijk zijn we allemaal wel eens in een Olympische situatie. Wanneer je een assessment moet doet, examen, of rijbewijs moet halen. Hard geoefend, goed voorbereid, gezond gespannen als synoniem voor stik zenuwachtig. En daar is dan het moment. Niemand om de schuld of de eer te geven behalve jezelf.
De olympische sporters doen het als vak. Pieken. Trainen, trainen, trainen en dan pieken in enkele seconden, minuten. In de wetenschap dat als je nu niet piekt, je over vier jaar misschien te oud bent. Ik vind het onwaarschijnlijk knap.
Gisteren zag ik Epke Zonderland plat op zijn snuitje gaan. In een split seconde een centimeter te kort komen. Over naast goud grijpen gesproken. 
 
En op dat moment dat je in een hoekje wilt gaan zitten huilen, of het moment waarop een diva voetballer tegen de wereld te keer zou gaan, staat deze topsporter met bloedneus en schaafwond op en doet zijn oefening in alle perfectie. Wat een karakter.
Hij blijft epic. Epke.