Het was geen prettig setje. Naast me in de trein. Ze deden een rondje ‘springers’. Welke vertragingen hadden ze al eens meegemaakt als gevolg van iemand die zijn leven had beëindigd door voor de trein te springen.

Hij raakte op dreef. Stak haar aan. De een vertelde nog woestere verhalen dan de ander. Over NS bussen die nooit op tijd zijn, over uren en uren in onzekerheid, over plekken die zich er bij uitstek voor leenden, of juist locaties waar je je toch niet kon voorstellen hoe je überhaupt op het spoor kon kruipen.

Hun stemmen werden luider, als je niet beter zou weten zou je denken het enthousiasme erin te horen.

Totdat ze opeens doorkregen dat ze de talk of the coupe waren. Dat iedereen toch met lichte plaatsvervangende schaamte naar ze luisterden. Want hoezeer we allemaal last hebben van vertraging, hoezeer we allemaal wel eens vloeken op, er anekdotisch over worden geeft geen pas.

Het is weer herfst. Hopelijk dit jaar alleen spinnen buiten. En niet in het hoofd.