In 48 uur heb ik alle verschijnselen van de griep weggekopt. Dat klinkt stoer, maar God wat voelde ik me lamlendig. En ik heb me toch vervrouwd. Iedereen die wel eens een man met griep heeft meegemaakt, de beroemde mannengriep, weet dat het woord vermannen niet juist is.

Op dat moment dat je weer een beetje de wereld om je heen ziet, de zon, maar ook alle klusjes in het huis, besef je hoe ongelofelijk belachelijk zwaar het moet zijn als je echt, echt ziek bent.

Elke week naar de chemo moet, eerst anderhalf uur onder een cool cap om je haar te behouden en dan nog uren aan het infuus. Om vervolgens hondsmoe thuis te komen. 48 uur kapot bent. Elke week weer. En daar is dan dat huishouden, die klusjes, dat ‘gewone’ leven.

Een hernia die je maanden verlamt. Maar gewoon elke dag werken en ’s avonds gesloopt thuis komen. Niets meer kunnen. En daar is dan dat huishouden, die klusjes, dat ‘gewone’ leven.

MS hebben en weten dat het meer en meer van je vraagt, dat binnenkort een stok niet meer volstaat en de rolstoel naar binnen gereden moet worden. En ook daar is dan dat huishouden, die klusjes, dat ‘gewone’ leven.

Niet zomaar voorbeelden. Voorbeelden uit mijn directe omgeving. Zoals iedereen zomaar voorbeelden uit zijn eigen omgeving kan noemen. Of uit het eigen lijf.

Ik heb diep respect voor alle mensen die echt ziek zijn. Potdorie. Ik zou niet weten of ik het zou kunnen. Opstaan. Doorgaan. De wereld tegemoet treden.

En ik snap heus dat als het daar is, je doet, gaat, met goede en slechte dagen. Maar toch. Heel diep petje af vandaag. Voor al die mensen waarvoor gezondheid geen vanzelfsprekendheid is.