“Nederland is zoooo vlak” verzucht een collega naast me in het vliegtuig. We taxiën al kilometers lang naar de Polderbaan. Als enorme insecten kruipen we traag voort, over snelwegen, dwars door landerijen.

In het vliegtuig zit een klein blond jongetje te zingen. Het lied kent een hoog lala gehalte. Heerlijk. De lala liedjes zijn de mooiste liedjes, daar worden de liedteksten verteld in het hoofd, elke lala weer anders. Zijn moeder sist en sjjjst en sssttt tegen hem. Zingen in een vliegtuig hoort niet. Ik zou willen dat hij door zou zingen tot we voet op Zwitserse grond zetten, dan maak ik mijn versie van de songtekst in mijn hoofd.

In de bus naar het hotel constateer ik het enorme contrast met Nederland. Hier lijken de bergen in de wolken op te gaan, of andersom. We leven allemaal op dezelfde aarde maar we hebben allemaal een andere horizon.

Bij het ontwaken zie ik roze strepen dwars in de lucht staan. Een verlaten boerderij en verder niets. Het is wachten op de lala milka koe.

De wereld zit vol wonderen.