In mijn functie spreek ik ze in het wild. In de trein observeer ik ze. Studenten. En ze voeren me met enige regelmaat terug in de tijd. 

Het leven was zwaar in zijn ondragelijke lichtheid. Want wat was er nu echt complex? En wat voelde er veel ingewikkeld ?.
Ik zie het terug in de studenten die ik spreek. Zwaarwichtig in de uitvoering van hun bestuursrol, luchtig in hun communicatie onderling. 
Ik doe mijn best aansluiting te vinden met ze. Niet om jong en hip te willen zijn, maar vooral om de snaar naar vernieuwing te vinden. Want hoe jong ook, ze doen wat hun voorgangers deden. Traditie..
Het is hard werken de juiste woorden te vinden. Ik lardeer mijn vocabulaire met ‘iets vet vinden’. De meter slaat niet uit. ‘Dat is dik’ probeer ik even later. Ook niks. ‘Gaaf’, ‘Cool’. ‘Chill’. ‘Nice’, ‘Awesome’. ‘The bomb’. ‘Super’, ‘Top’. Mieters’…dat zal toch niet?
Wanneer je in een gesprek voelt dat vooral jij zit te werken is de verstandige tip om even wat minder hard je best te doen. Dan komt de ander vanzelf. 
Bij het volgende idee dat wordt geopperd zeg ik niks en wacht of een van de studenten reageert. 
‘Tof’.