Het is paniek. Grote paniek. De omroepster kondigt het eerst volgende station aan. En zij zit nog op de wc!!!

Een wc die van binnen op slot gaat. Uiteraard. En dus van de buitenkant niet bediend kan worden. De trein mindert al vaart en zij zit nog steeds op de wc!!!

Het jongetje, hooguit negen, weet van ellende niet waar hij het moet zoeken. Hij gilt door de hermetisch gesloten wc deur heen: “Marloes! Opschieten! Nu op de knop drukken! Nu! We zijn bij het station!!!” De paniek in zijn stem rechtvaardigt alle uitroeptekens.

Ik stel me voor hoe het meisje, veel ouder dan zeven zal ze niet zijn, aan de andere kant van de wc deur hannest met maillotje en rokje, wc papier aan haar billen heeft plakken en die knop om de deur open te maken al helemaal kwijt is. Wilde ze eindelijk eens groot en stoer doen…

“Marloes!!!! Nu!!!! Schiet op!!!” Broerlief springt op en neer voor de deur. Ten einde raad.

Dan de zalvende stem van mama. “Doe maar rustig Loesje. Alle tijd.” En wanneer het kleine meisje de deur opent, is daar de geruststellende blik, naar dochter én zoon. “We zijn nog niet eens op het perron”.

Arm knulleke. Wilde hij eens even echt de grote broer zijn. Zijn zusje huppelt met lege blaas naar de deuren van de trein. Hem is de spanning teveel geworden. Als een klein kindje leegt hij de zijne pal voor de deur van de wc…