“Neehee. Ik zie u denken, mevrouw!”

Fraai zinnetje is dat eigenlijk. Iemand zien denken. Hoe kun je gedachten zien? In literatuur ‘zien’ we dan een frons op iemands voorhoofd, en daarmee ‘zien’ we dat het personage aan het denken is. Maar gedachten laten zich natuurlijk niet letterlijk zien. Ze openbaren zich meestal in woorden, of in tekeningen, of in kunstvormen.

De beheerder van de stationsfietsenstalling zag mij evenwel denken. En hoewel dat niet kan, klopte het wel wat hij dacht te zien. “U denkt, als ik nou even die fietsen verschuif, dan kan ik er nog wel tussen. Maar dat gaat niet gebeuren! De sturen blijven recht staan!”

Als een betrapte kleuter met zijn hand in de M&M’s pot stamel ik bedremmeld: “Maar waar moet ik mijn fiets dan wel neerzetten?”

Ik mag op de witte streep staan. Ben daarmee de allerlaatste fiets in de rij. Beleefdheidshalve vraag ik nog waar te staan als de streep bezet is, wetend dat ik normaal een half uur en dus vijftien fietsen eerder op het station ben, met plek genoeg.

Hij antwoordt, maar ik ben in gedachten bij de trein, bij mijn eerste afspraak, nog bij het gesprek van gisteravond, al bij de BBQ morgen etc. Hij stopt met praten. Zou hij opnieuw gezien hebben wat ik dacht??

#fijnedacht