Waar hoop doet leven

Mijn vriendinnen spekken de statistieken.

Helaas. Een op de zeven vrouwen krijgt borstkanker. Ik tel er nu twee uit vier.

Met een van hen ging ik mee naar de dagbehandeling. Een vriendelijk woord voor drie en een half uur op een bed aan de chemo liggen.

Het ziekenhuis is natuurlijk hoe dan ook een wonderlijke plek. Nergens anders komt dood en leven, vreugde en verdriet zo dicht bij elkaar. Je ziet mensen door de gangen lopen, ogenschijnlijk hetzelfde. Maar misschien heeft de ene net goed nieuws gekregen en is de ander naar huis gestuurd met de boodschap om er nog het beste van te maken.

Het ziekenhuis is ook een wonderlijke plek door de mensen die er werken. De vrijwilligster die ons komt halen grapt dat ze maar niet toe komt aan het lezen van haar boek. De chemo dagbehandeling zit vol vandaag. Lezen als synoniem voor gezondheid: als zij kan lezen, zijn er geen zieken.

Het is een kwetsbare plek. We knijpen in elkaars hand als de jonge verpleegster mis prikt en op zoek moet naar een andere ader. Het twee keer prikken beleid is van kracht: na de tweede mislukte poging moet de cheffin erbij worden gehaald. Gelukkig komt het zover niet, maar twee uur later zie ik haar bij een andere patiënt opnieuw stuntelen. Learning by doing, jammer alleen dat de proefkonijnen mensen zijn.

Het is een hard werken plek. Wanneer iemand klaar is wordt het bed verschoond. Die extra deken die slechts een half uur op het bed lag, gaat gewoon de was in. De verpleging zit geen seconde. Ze lopen af en aan.

Het is een plek waar je zelf scherp moet blijven. Vertellen hoe je medicatie eruit ziet. Wat die met je doet. Hoe het bij je werkt. Je zou denken dat een elektronisch patiënten dossier alles kan vastleggen, maar en dat gebeurt niet en men mag het niet zomaar inzien. AVG. Fraai staaltje onlogisch.

Het is een intieme plek. We kletsen drie uur lang. Bijzonder, een op een, omgeven, maar niet gehinderd door de mensen om ons heen. Naast ons ligt een twintiger in een bed. Eerst zit haar vriend bij haar, dan wordt hij afgelost door haar moeder. Ook daar kabbelen de gesprekken.

Het is een verbindende plek. De jonge vrouw biedt haar schone sokken aan als handenwarmer. Om gevoelloze vingertoppen door chemo te voorkomen, worden de handen ‘beschermd’ met ijskoude handschoenen. Die in zichzelf pijnlijk zijn. Wanneer het klaar is geven we haar de sokken retour en wensen haar beterschap. “Ik word niet meer beter hoor,”is haar antwoord. “Maar ik leef vast lang, want ik ben het 1% meisje”. Die ene procent die wel overleeft.

Het is een plek waar hoop doet leven.

In het ziekenhuis tref je dikwijls het schoonste geloof aan bij degenen die zeggen geloven maar erg moeilijk te vinden

Nico ter Linden 1936-2018

Nederlands predikant en schrijver

5 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.