stil woord
De woord van het jaar wedstrijd is weer open.

In een land waar titels als ‘Taal is zeg maar echt mijn ding‘ en ‘De cursus omgaan met teleurstellingen gaat wederom niet door‘ bedacht worden, weten we wel raad met woorden en woordspelingen.

Misschien waren dit jaar woorden wel belangrijker dan ooit. We creĆ«erden massa’s nieuwe woorden, van blokjesverjaardag tot jojolockdown, en ook ontwikkelden woorden zich door het jaar heen. Was het eerst nog gewoon Corona “we moeten thuiswerken als gevolg van Corona”, spraken we na een paar maanden over DE Corona, “Ik zit thuis met de corona”. Heerlijk, hoe we een ongrijpbaar virus met een lidwoord tot iets tastbaars proberen te maken.

Woorden speelden ook een hoofdrol in de tweewekelijkse persconferentie afleveringen van de minister president. Alsof het 1950 is, zitten we gekluisterd aan de buis, luisterend naar wat hij te vertellen heeft. Ik heb me verbaasd over de menselijke natuur. Klaarblijkelijk hebben we iets of iemand nodig die ons aanspreekt om het goede gedrag te vertonen, want uit eigen wil blijkt het knap lastig. Al luisterend worden de woorden van de MP op een weegschaaltje gewogen. Tot frustratie van diezelfde MP die menigmaal uitroept dat hij met woorden ons gedrag niet dicht kan regelen.

Woorden waren aan dovenmansoren gericht. Letterlijk. Nooit eerder was de tolkenopleiding zo populair, nooit eerder waren we openlijk zo inclusief.

En tenslotte: Het zijn de woorden, niet de beelden, die het beeldbellen domineren. Door het missen van cues van andere zintuigen, zijn woorden het enige waar we nog iets uit af kunnen leiden. En vervolgens formuleren we een nieuwe taal. We vinden het volstrekt normaal om aan elkaar te vragen “Is dit een oud of een nieuw handje?”, wanneer iemand zijn virtuele hand nog opgestoken heeft terwijl zijn spreekbeurt al geweest is. Uit context een onzinnige zin. De mooiste, en naar ik begrijp meest gebruikte zin, symboliseert voor mij wel dit jaar. “Je staat op mute”. Mensen die beginnen te praten terwijl de microfoon nog uit staat.

Op mute staan. Stil staan. Ook ik stond dit jaar regelmatig op stil. En niet alleen in vergaderingen. Stil van verdriet en angst. Stil in het besef dat gezondheid alles is en dat klein en groot geluk gekoesterd moet worden.

Zonder twijfel zal de wedstrijd van Van Dale een veel gekker en unieker woord opleveren. Maar ik betwijfel of het veelzeggender zal zijn dan de stilte van op stil staan.

Woorden mogen alleen dienen om de stilte te verbeteren.

Karel Jonckheere 1906-1993

Vlaams auteur